Het orgel in de Kopermolen
In 1737 werd de nieuwe kerk van de Evangelisch-Lutherse gemeente
te Vaals in gebruik genomen. In de loop der tijd werd de inrichting verder voltooid.
In 1759 gaf men de orgelmaker Joannes Baptista Hilgers
uit Aken opdracht tot bet bouwen van een orgel. Deze zou het instrument opleveren
voor Pinksteren van 1763. Het werk werd echter pas in 1765
opgeleverd, na onder meer een proces tussen orgelbouwer en kerkbestuur, dat
overigens door de orgelmaker gewonnen werd.
De geschiedenis van het orgel in de Kopermolen
Sinds de oplevering van het orgel in 1765 heeft het
geen grote veranderingen ondergaan.
In 1812 werkte de orgelmaker Graindorge aan het instrument;
hij plaatste een nieuwe Principal 8', en vernieuwde de Trompet 8' en Bourdon
8'. Ook verving hij de Duitse registerplaatjes door Franse. Tot 1823
had hij het orgel in onderhoud.
In 1905 werd het klavier vervangen door de Gebr. Muller. De
fa. Stahlhut uit Aken verving in 1938 de Trompet van Graindorge
door een Kromhoorn met koperen bekers en vernieuwde hij het tertskoor van de
Sexquialter. In 1967 voerde Hans Koch nog een herstelbeurt
uit, waarbij in de onderkas het huidge klavier werd aangetroffen en weer werd
ingebouwd.
De familie Hilgers
Van de familie Hilgers zijn tenminste twee orgelmakers bekend. Joannes Baptista
Hilgers, afkomstig uit Amsterdam, werkte in Aken. Hij bouwde het orgel
van de Kopermolen te Vaals en werkte verder ondermeer in Rolduc.
Zijn zoon, Joannes Petrus Hilgers, werd in 1731
geboren in Aken, maar ging voor 1760 terug naar Amsterdam, waar hij vooral werkte
voor de Rooms-katholieke schuilkerken. Van hem zijn in Amsterdam orgels bekend;
dat van de “Mozes en Aäron”-kerk (1772) en de St. Franciscus
van Assisiekerk (`De Boom') (1774). Bovendien staat er een huisorgel van hem
in de Hervormde Kerk van Egmond-Binnen (1762). Opvallend genoeg bleef hij zichzelf
een Akenaar noemen, ook toen hij al veertien jaar in Amsterdam had gewoond en
gewerkt. Hiervan getuigt een inscriptie in een van de grootste pijpen van het
orgel van `De Boom': "Joannes Pieter Hilgers Aquisgranencis fecit Amstelodami
anno 1774".
Meer dan een muziekinstrument alleen!
Een orgel is naast een muziekinstrument ook kunstvoorwerp en meubelstuk. De
bijzondere vorm van deze orgelkas, met zijn gebogen bovenlijst, is vrijwel uniek
voor Nederland, maar komt in het Duitse gebied tot aan Westfalen vaker voor.
De stijl van de versieringen en de kleuren van de orgelkas zijn terug te vinden in de trouwzaal van het naastgelegen gemeentehuis. De gebruikte vormen kondigen al duidelijk de overgang van de barok naar de rococo aan. Het geheel wordt bekroond met twee vazen en een zonneschijf waarin het gezicht van Christus is afgebeeld. Drie vazen staan in de oudheid voor Wijsheid, Schoonheid en Eeuwigheid. Hier hebben we in plaats van de middelste vuurpot een afbeelding van Christus Koning, de Eeuwige. Onder in de kas zijn twee grote gaten (halve cirkels) aangebracht. Dit zijn de kijkgaten voor de organist om vanaf de orgelbank zicht op de preekstoel te hebben.